Interview door Janine Koppers
“Voor een therapeut is het steeds zoeken naar balans: genoeg kennis hebben van culturele verschillen, zonder in hokjes of aannames te vervallen door open en nieuwsgierig te blijven. ‘Informed not knowing’ noemen we dat.”
Roxane Warring (1987, Rotterdam) is psycholoog, (transcultureel) systeemtherapeut, docent en systemisch consultant. Ze is dochter van een Nederlands-Duitse moeder en een Surinaams-Creoolse vader en groeide op in verschillende gezinssystemen en culturen. Hierdoor leerde ze van jongs af aan schakelen tussen contexten.
Roxane werkt bij FamilySupporters, waar ze cliënten van alle leeftijden begeleidt en collega-professionals hierbij ondersteunt. Daarnaast probeert zij vanuit meerdere rollen mensen te activeren om systemisch te denken en kijken. Of het nou is vanuit een rol als wijkpsycholoog bij een bewonersorganisatie, of als docent, trainer of opleider, haar boodschap komt op hetzelfde neer: ondersteun het zelf-oplossend vermogen van families en zie de kracht van gemeenschap(pen). Samen met Nel Jessurun schreef zij het boek Verschillen Omarmen - Transcultureel Systemisch Werken. Ook is zij redacteur en co-auteur van het boek Diversiteit en Inclusie in Sociaal Werk dat verscheen in april 2026.
In onze genogram trainingen gebruiken we haar inzichten om therapeuten te ondersteunen bij het werken met diverse gezinssystemen. In dit praktijkverhaal spreken we Roxane over Afro-Caribische families, matrifocaliteit en het gebruik van het genogram in transculturele systeemtherapie.
Over wie hebben we het als we het hebben over Afro-Caribische families? Volgens mij moeten we daarvoor eerst de geschiedenis in duiken.
”In de benaming ‘Afro-Caribisch’ wordt al weergeven hoe de historie loopt. We hebben het over de nazaten van Afrikanen die in Caribische koloniën van Engeland, Spanje, Portugal en Nederland terecht zijn gekomen, ten gevolge van de trans-Atlantische slavernij tussen 1500 en 1873. De momenteel in Nederland wonende Surinamers en Antillianen komen van oorsprong uit Togo, Nigeria, Angola, Benin en Ghana en zijn met dwang en geweld door Europeanen verplaatst naar Suriname, Aruba, Bonaire, Curaçao, Sint Maarten en Sint Eustasius. Men is later vanuit deze koloniën gemigreerd naar Europa. Deze historische geschiedenis heeft sterke impact gehad op Afro-Caribische verwantschapssystemen”.
In jouw werk besteed je speciale aandacht aan Afro-Caribische gezinssystemen. Waarom is het belangrijk dat we daar aandacht voor hebben?
“Ten eerste, omdat er naar mijn gevoel veel stigma’s en stereotyperingen bestaan rondom Afro-Caribische gezinnen. Zo leeft bijvoorbeeld het beeld dat mannen vaak macho zijn of vreemdgaan, en dat vrouwen veelal alleenstaand zijn en in hun eentje voor de kinderen zorgen. Ik wil mij onthouden van een oordeel over de vraag of deze gezinsstructuren problematisch zijn of niet. Wat mij betreft worden de kracht, diversiteit en flexibiliteit van Afro-Caribische familiesystemen in elk geval vaak onderschat en gestigmatiseerd. Een beschrijving die ik als eerste vond in een zoekmachine geeft een mooie samenvatting: ‘Afro-Caribische familiesystemen worden gekenmerkt door een sterke onderlinge verbondenheid, veerkracht en een flexibele structuur die vaak verder reikt dan het kerngezin. Ze zijn diep beïnvloed door de geschiedenis van de slavernij en migratie, wat heeft geleid tot specifieke patronen in gezinsvorming en zorgstructuren.’ Daarnaast zie ik binnen de Afro-Caribische gemeenschap - bij cliënten, collega’s, vrienden en familie - dat mensen soms worstelen met verinnerlijkte stigma’s en overgedragen culturele overtuigingen. Deze kunnen hun relaties onder druk zetten.
Zelf herken ik bijvoorbeeld de zogenoemde ‘heilige huisjes’ die voortkomen uit vrouwenhuishoudens of matrifocale gezinnen, waarin vrouwen een centrale rol vervullen als moeder en gezinshoofd (in contrast met het ‘nucleaire kerngezin’, waarin mannen en vaders traditioneel een dominante positie innemen). Je wordt door je moeder, tantes en oma voorbereid op moederschap én geleerd om nooit afhankelijk te zijn, met het credo: je diploma is je eerste man. Maar van wie leer je om een goede partner te zijn, of om gezamenlijk verantwoordelijkheid te dragen voor het gezin?
Ook kan de eigen achtergrond botsen met het dominante gezinsideaal in Nederland (’Ik ken bijna niemand die getrouwd is’), of wat je voor jezelf zou willen (’Ik wil het anders doen!’). Wanneer stellen in (relatie)therapie komen omdat zij vast zijn gelopen, spelen er vaak onderliggende historische en culturele thema’s mee. Binnen reguliere therapievormen is hier niet altijd voldoende ruimte of bekendheid voor. Ik ben van mening dat het begrijpen van deze historische en culturele contexten een ontschuldigende werking kan hebben.”
Kun je een voorbeeld geven van hoe historisch besef een ontschuldigende werking heeft?
“Ik denk dat veel overtuigingen komen vanuit overleving: ze moesten wel. Historisch gezien was er weinig ruimte voor stabiele gezinnen. Men was ‘bezit’: Tot slaaf gemaakten werden vaak gescheiden van elkaar door verkoop. Ze waren regelmatig slachtoffer van seksueel geweld door slavenhouders en kregen geen mogelijkheid om duurzame relaties aan te gaan. Huwelijken waren niet toegestaan en vrouwen moesten alleen (of met elkaar) hun kinderen opvoeden. Dit alles zorgde voor overlevingsstrategieën die generaties lang zijn doorgegeven.
Na de afschaffing van de slavernij kregen Afro-Caribische mensen meer rechten, maar zo’n structurele ontwrichting is niet zomaar hersteld - als dat ooit mogelijk is. Generaties lang zorgden armoede, economische machteloosheid, lage sociale status, discriminatie en racisme voor een marginale positie van zwarte mannen en vrouwen.”
We weten nu dat mensen tijdens de twee eeuwen van slavernij, onderdrukking, ontheemding en extreem geweld diepe trauma’s hebben opgelopen. En ook daarna ging de onderdrukking door, omdat Europese landen de koloniën nog lang hebben aangehouden. Het is moeilijk voor te stellen hoe gezinnen onder zulke omstandigheden stabiliteit konden opbouwen. Hoe kijk jij daar tegenaan?
“Er is een duidelijke link van de slavernij naar de uitdagingen van nu, maar er is een bredere context: kerk, industrialisatie, urbanisatie en latere migratie speelden ook een rol. Alles is een samenspel van economische, politieke en sociaal-culturele factoren. Denk ook aan wat er gebeurt als er meer vrouwen dan mannen overblijven binnen een gemeenschap, veel mannen vertrokken naar de zeevaart of door de olie-opbloei. Afro-Caribische gemeenschappen kenden diverse relatievormen, zoals bezoekersrelaties, overseas-relaties, Matiwerk (intieme relaties tussen vrouwen) en concubinaat, met concepten als ‘binnenvrouw’ en ‘buitenvrouw’.”
Kun je een voorbeeld genogram met ons delen, om uit te leggen hoe je vanuit de transculturele systemische benadering met het genogram werkt?
“Jazeker. Ik heb een casus samengesteld uit meerdere verhalen van mensen die ik sprak en mijn eigen verhaal. Hoewel er verschillen zitten tussen de verhalen, was er ook overlap. Op basis daarvan vertel ik het verhaal van Tanisha (29) en Bryan (36). Het stel meldt zich samen aan, nadat Tanisha opgebrand thuis kwam te zitten. In een hevige ruzie zei Bryan dat hij het zat was dat Tanisha over haar grenzen bleef gaan voor iedereen, geen hulp accepteerde en hij vervolgens alleen de uitgeputte versie van haar te zien kreeg. Als reactie zette zij Bryan de deur uit. Tanisha is theoretisch opgeleid en heeft een mentaal zware baan, Bryan is praktisch opgeleid en heeft een fysiek zware baan. Bryan heeft 1 zoon (15) uit een vorige relatie. Het contact loopt stroef en zijn zoon wil geen contact met hem. Tanisha en Bryan zijn beide in Nederland geboren en getogen en hebben ouders van Caribische afkomst. De ouders van Tanisha komen uit Suriname en van Bryan uit Curaçao. Bij de intake wordt van beiden een genogram gemaakt. We bekijken hier het genogram van Tanishas familie.”
(Toelichting bij het genogram: in matrifocale (sub)systemen zie je dat de vrouw voorop is getekend, dus links van de man. Deze keuze zet de vrouw centraal, en maakt het geheel makkelijker te ordenen)
“De ouders van Tanisha zijn op achttienjarige leeftijd afzonderlijk van elkaar naar Nederland gekomen om te studeren en werk te vinden. Haar vader had al een zoon toen hij Tanisha’s moeder ontmoette. Tanisha is het enige kind dat haar ouders samen kregen. Haar ouders hebben altijd een latrelatie gehad. Tijdens en na deze relatie heeft haar vader kinderen gekregen bij andere vrouwen, iets waar haar moeder pas jaren later achter kwam. Voor zover bekend heeft Tanisha hierdoor nog drie halfbroertjes en een halfzusje.
Aanvankelijk accepteerde haar moeder deze situatie en nam zij de kinderen van haar partner op in het gezin. Later besloot zij de relatie alsnog te beëindigen vanwege zijn ontrouw. Sindsdien kiest moeder ervoor om geen nieuwe relatie meer aan te gaan.
De rol van Tanisha’s vader in haar opvoeding is beperkt geweest. Ze zag hem wel om het weekend, meestal wanneer hij haar bij zijn zussen – haar tantes – bracht. Hij stelde haar geregeld voor aan verschillende vrouwen, maar geen van hen bleef langdurig in zijn leven.”
“Beide ouders dragen een belaste gezinsgeschiedenis met zich mee. De vader van Tanisha groeide op in een gezin met twaalf kinderen, van vijf verschillende mannen. De eerste vijf kinderen zijn met haar eerste partner, met de overige mannen kreeg zij twee of drie kinderen. Drie van haar kinderen zijn overleden door een ziekte, waaronder één door AIDS. Haar vaders’ moeder (oma van Tanisha) leefde in grote armoede en had weinig steun, omdat haar ouders vroeg stierven. Na de breuk van haar eerste relatie, ging zij meerdere relaties aan in de hoop op stabiliteit. Geboortebeperking was niet makkelijk toegankelijk voor haar, maar ook waren kinderen een bron van hoop op een betere toekomst. Als moeder was ze streng, hardwerkend en weinig affectief. De kinderen zorgden vaak voor elkaar als zij aan het werk was.
Tanisha’s moeder komt uit een gezin van twee kinderen. Haar ouders (Tanisha’s grootouders) waren getrouwd en hadden een traditionele rolverdeling: haar vader werkte, haar moeder zorgde voor de kinderen en werkte daarnaast buitenshuis. Het gezin was Rooms-Katholiek en zij gingen elke week naar de kerk. Er was sprake van geweld, zowel tussen de ouders als richting de dochters. Ook dit gezin kende veel armoede. Haar moeder stimuleerde haar om te studeren en zo een beter leven op te bouwen.”
“Je diploma is je man. Je diploma blijft; mannen komen en gaan.”
“’Je diploma is je man. Je diploma blijft; mannen komen en gaan.’ Deze uitspraak herkennen veel Afro-Caribische vrouwen: zij krijgen van generatie op generatie mee dat ze economisch onafhankelijk moeten zijn en zichzelf moeten scholen. Dat zie je ook in dit genogram terug in de interactiepatronen die zijn aangegeven met de boodschap die moeders aan hun dochters meegeven: ga studeren. Je ziet ook dat de vrouwen daardoor in staat zijn om uit de armoede te klimmen door te studeren en een goed betaalde baan te vinden. Vrijheid, zelfstandigheid en onafhankelijkheid staan centraal in hun zelfbeeld, terwijl patriarchale idealen zoals een monogame relatie en een man als kostwinner ook invloed blijven hebben. Maar voor mannen kan het daardoor soms zoeken zijn naar hun plek.”
Wat mij opvalt aan dit genogram is de kracht die er nodig is geweest om uit de generationele armoede (in oranje weergegeven als kenmerk) te komen. Doordat de moeders hun dochters hebben meegegeven dat ze moeten studeren en zelfstandig moeten zijn hebben ze hen met een enorme kracht de cirkel laten doorbreken. Dat heeft ook wat gekost. Je ziet hoe de boodschap van oma, naar moeder, naar dochter (de groene pijlen) uiteindelijk zorgt voor spanning in de relatie tussen Tanisha en Bryan. Zoveel kracht opbrengen heeft een offer gevergd.
”Ja, dat is dus het moment dat je erachter komt dat je misschien zelfs iets moet leren, dat je (voor)ouders en gemeenschap je niet hebben kunnen meegeven.”
“De meeste ruzies tussen Bryan en Tanisha gaan steeds over dezelfde thema’s: Volgens Bryan rent Tanisha voor iedereen behalve hem, ze gedraagt zich niet ‘bezet’ genoeg (is vaak niet bereikbaar, overlegt niet over wat zij doet en met wie) en ze roept bij het minste of geringste dat ze hem niet nodig heeft. Dit alles maakt hem onzeker. Tanisha krijgt juist de kriebels van zijn gedrag. Ze begrijpt niet waarom hij zo bezitterig en wantrouwend is en zijn onzekerheid irriteert haar. Zij ziet zijn verwachtingen als ouderwets en haar verzet daartegen versterkt weer zijn wantrouwen.
Wanneer ik doorvraag benoemt Tanisha dat zij het gevoel heeft een groot deel van zichzelf te moeten opgeven voor de relatie, wat indruist tegen haar waarden. Onafhankelijkheid was voor haar altijd een belangrijke norm, mede door het voorbeeld van haar moeder. Ze vreest bovendien dat Bryan haar uiteindelijk toch zal verlaten. Of dat hij terugverlangt naar de moeder van zijn zoon, om alsnog die ‘happy family’ te zijn. Ze beseft dat haar houding hem juist verder wegduwt en worstelt tussen de beweging om hem meer toe te laten, of de relatie te verbreken. Door het uittekenen van de generaties boven hen krijgen Tanisha en Bryan meer begrip voor hun ouders en voor hun eigen patronen. Ze zien dat zij zoeken naar een vorm van balans tussen autonomie en verbinding, die hun ouders niet gevonden leken te hebben.
Met hulp van een therapeut zoeken ze naar een “derde realiteit” waarin beide partners én de normen en waarden die bij hen horen een plek krijgen, met aandacht voor wat bij hen past in het hier en nu.”
“In therapie maak ik vaak een genogram van drie generaties. Dat geeft inzicht in familiepatronen, omstandigheden en de affectieve cultuur binnen een gezin—zoals armoede, arbeid, opvoeding en toegang tot zorg en onderwijs. Soms hoor ik: ‘Het is toch al zo lang geleden?’ of ‘Dat is geen excuus.’ Maar historische omstandigheden werken vaak generaties door. Slavernij besloeg meerdere generaties en werd in Nederland pas in 1863 afgeschaft—ongeveer vijf à zes generaties geleden. Die geschiedenis ligt dus minder ver achter ons dan vaak wordt gedacht. Inmiddels zal het niet meer een oma of opa zijn die nog tot slaaf gemaakt was, maar wel diens ouder of grootouder. Maak een genogram daarom zo groot als nodig is om die context zichtbaar te maken.” Wanneer ik genogrammen maak, zie ik hoe gebeurtenissen zoals slavernij, oorlog en politieke omstandigheden hun sporen nalaten in gezinnen—niet alleen in het verleden, maar ook in hoe mensen vandaag de dag opgroeien, relaties aangaan en met tegenslag omgaan.
In het genogram van Tanisha kunnen we stereotypen van Surinaamse families herkennen: hoe zorg je als therapeut dat je niet vervalt in vooroordelen?
“Voor een therapeut is het steeds zoeken naar balans: genoeg kennis hebben van culturele verschillen, zonder in hokjes of aannames te vervallen door open en nieuwsgierig blijven. Informed not knowing noemen we dat: tegelijk durven putten uit je kennis en ervaring, maar altijd onderzoeken of die ervaring ook geldt voor de persoon die voor je zit. Het helpt wanneer je eerlijk benoemt wat je niet weet of niet gewend bent; dat creëert juist ruimte voor een gelijkwaardig gesprek.
Met al de complexiteit in de geschiedenis zou je bijna vergeten dat het overgrote deel van Afro-Caribische systemen zonder grote problemen stabiele huishoudens vormen, in welke vorm dan ook. De vele gelukkige paren die erin geslaagd zijn balans te vinden in autonomie en verbinding laten zien dat het wel mogelijk is en haalbaar. En of dat in een kerngezin is, of in een andere relatie vorm, zou minder stigmatiserend hoeven zijn.
Als wij stellen willen helpen om vrij te onderzoeken met elkaar wat voor hen werkt, is het van belang dat wij het goede voorbeeld geven als therapeut. Hiermee bedoel ik dat wij moeten wisselen van perspectief, gedrag in een bredere context moeten plaatsen en ons openstellen.”
Wil je meer lezen over het werk van Roxane?
Het boek Diversiteit en inclusie in sociaal werk (6e editie) van Dries, Steegstra en Warring (2026), uitgegeven door Boom Uitgevers Amsterdam, kun je via de uitgever bestellen.
Het boek Verschillen omarmen (transcultureel systemisch werken) van Jessurun & Warring (2018) kun je hier bekijken en bestellen.